Heerlerheide

Op Gen Hei

HH-Luchtfoto

Luchtfoto kern Heerlerheide

De bewoners van de relatief onvruchtbare heide van Heerlen moesten hun brood vooral als kleine zelfstandige verdienen, omdat de boeren door de geringe grondopbrengsten maar weinig brood op de plank hadden. In elke Hedsjer bedrijfstak was er tot aan de twintigste eeuw, als de economie wat aantrekt door de komst van de mijnen, sprake van stille armoede. Heerlerheide is misschien wel het oudste stukje van Heerlen. Een grote opgraving bij een van de zilverzandgroeven bij de Schelsberg bracht een bijna 6000 jaar oude nederzetting aan het licht. En bij Rennemig en Koningsbeemd zijn sporen van Romeinse en Frankische bewoning gevonden. Maar ook later, in de middeleeuwen is Heerlerheide in trek. De vruchtbare grond rond de Caumerbeek bij de Köpkensmolen was een belangrijk leengoed. Heerleheidenaren staan te boek als ondernemende, vooruitstrevende mensen. Mensen met een enorme drang naar vrijheid en zelfstandigheid. Zo ook in de relatie met de stad Heerlen. Al eeuwen geleden zetten de ‘Hedsjer kükeskroamer’ zich in om van het oeroude dorp een zelfstandige gemeente te maken. Het ontbrak de vaak arme Hedsjer echter aan geld voor voorzieningen en wegen, om deze droom waar te maken. In 1839 wordt de vrijheidgedachte opnieuw leven in geblazen toen Heerlerheide als zelfstandige parochie van Heerlen werd afgescheiden. Onder aanvoering HH-Corneliuskerkvan pastoor Reyners wordt in 1846 de eerste poging gewaagd om van Heerlerheide een zelfstandige gemeente te maken. Later zijn er nog twee pogingen, één in 1901 en één in 1933. Het leeft nog zeer: zelfs bij de laatste gemeentelijke herindeling van 1982 was er een beweging om van Heerlen los te komen… De twintigste eeuw bracht door de komst van de mijnbouw heel wat veranderingen voor Heerlerheide. Bij Rennemig bouwde men vanaf 1912 de Oranje-Nassaumijn III, die in 1917 in bedrijf kwam. Buurten als de Keek en Rennemig werden gebouwd voor de HH-Politieburauhuisvesting van de mijnwerkers. Door de enorme toename van de bevolking kwamen er steeds meer verenigingen, maar ook meer voorzieningen als winkels, een politiebureau, scholen en een patronaat in de wijk. Heerlerheide werd een groot dorp van Heerlen en was dat zeker nadat kort na de Tweede Wereldoorlog de woningen rond de Corneliuslaan verrezen en wat later ook de Wieër was volgebouwd. HH-CorneliuslaanHet einde van de mijnbouwperiode zorgde voor een ware metamorfose en modernisering van de wijk. Rond het Corneliusplein verrees een nieuw winkelcentrum en op het voormalige mijnterrein verrees Nieuw-Rennemig.

1
Van gehucht tot stadsdeel.
I. Heerlerheide, de eerste bewoning. In de Gichtregisters lezen wij: Heerle-Heijde, dat wil zeggen heide van Heerlen, een wildbegroeide vlakte. Er zal wel eerder een onverlaat hebben rondgezworven op de Heerlense heide, vastgesteld is dat omstreeks 1300 sprake is van een aantal woonkernen:

# – De woonkern Koningsbeemd met de Kopkensmolen.
– Huize Robroeck, het stamhuis van de Huyn’s van Rodenbroeck dat in 1383 in het bezit was van de gelijknamige familie, was destijds gelegen waar thans de hoofdingang van het sportterrein van sv Groene Ster is gesitueerd. Het stamhuis werd in later jaren het Leienhoes genoemd (vanwege de leien dakbedekking). De opstallen werden in 1918 gesloopt ten behoeve van de ontginning van bruinkool. Kopkesmolen Heerlerheide
– Riddergoed Passart Nieuwenhagen, plusminus 1350 (thans hoeve Carisborg).
– Het adellijk huis Ter Weijer en de hoeve Ter Eyck 13e eeuw (beiden afgebroken).
– Wijngaardshof 1388-1998.
– Dubbelhoeve Rennemig 1386, in 1912 gesloopt t.b.v exploitatie steenkolenmijn ON III. In de Schetsen uit de geschiedenis van Heerlerheide (H.A. Beaujean) wordt uitvoerig beschreven de nederzettingen, bodemvondsten en opstallen te Heerlerheide e.o (hoofdstukken 2 t/m 6) en in pagina 12 e.v de namen van buurtschappen en straten.
# In een lijst van leenmannen van Keulen in 1274 rond Heerlen, wordt gesproken van ene Everhard de Coninkbanent. De oude naam Koningsbeemd wijst in de richting: eigendom van een groot heer. Ook is te lezen dat het middeleeuwse Heerlerheide zijn naam dankt aan een nat, droog Herenbos, een nadere aanduiding is er niet.

II. Handel, de Cramignon en het Gezag.
De vroegere bewoners van Heerlerheide, voornamelijk landbouwers, verspreid over bescheiden woonkernen, die van de opbrengsten van hun boerderijtje of wat daar op leek, niet konden rondkomen, hebben zich op de kleinhandel in allerlei producten geworpen. Zij legden zich toe op het opkopen van overproductie bij de boeren in de wijde omtrek, om deze handelswaar te verkopen in Aken en omgeving. Voor de 1e levensbehoeften was men aangewezen op de opbrengsten uit eigen tuin en boomgaard. In het andere geval werd ingekocht van de venter die met kar of kruiwagen langs de huizen trok In de 18e eeuw verkocht het Gemeentebestuur van Heerlen – aan de meest biedende – grote percelen heideland van Heerlerheide onder voorwaarden dat het gebied ontgonnen zou worden. Nederlands geld was zeer schaars. Omstreeks 1800 circuleerde door elkaar het Duitse en Belgisch geld. Het omrekenen hiervan was tamelijk moeilijk. De valuta van de Sint Corneliuskerk HeerlerheideDuitse mark bedroeg fl. 0,60. Een frank had de waarde van 48 centen. In 1839 verkreeg Heerlerheide een eigen parochiekerk, in 1912 vervangen door de huidige kerk. Ter oriëntatie : De bouwgeschiedenis van beide kerken is zeer uitgebreid beschreven in een document, samengesteld door J.H. Hamers, architect avb.bna. Eertijds bevond zich voor de Corneliuskerk een oneffen terrein, omgeven door kastanjebomen, dat behalve als speelplaats voor de jeugd, in latere jaren ook diende als kermisterrein. En voorafgaande aan de kermis liepen de mensen mee in de bronk. En als het dorp weer thuis was, werd aangezeten aan een welgevulde dis.

2
In de zomer, als de avondzon langzaam doofde, zocht men de gezelligheid op van de schuttersfeesten of men bezocht de festivals van de muziekgezelschappen. In de winterse maanden, en destijds bar koud, trokken de bewoners op zondagmiddag naar de voorstellingen van de verenigingen. In de vroege avond begon de nacht ! In 1846 en in 1901 probeerden enkele inwoners van Heerlerheide middels een verzoekschrift aan het Bestuur van Limburg, om Heerlerheide los te koppelen van Heerlen en een eigen gemeente te stichten. De motivatie hiertoe was onder andere:
• het dorp was 1000 hectare groot;
• telde 1450 inwoners;
• had een eigen parochiekerk;
• een eigen school met 4 onderwijzers;
Beide verzoeken werden afgewezen door het Provinciebestuur. Op 15-6-1922 werd het nieuwe lokale politiebureau aan de Heulsstraat in gebruik genomen ter vervanging van het oude “bureau” aan de Heibergstaat 12. (thans Kapelaan Ramakersstraat). Heerlerheide telde respect. in de jaren:
1834: 1232 inwoners;
1840 1280 inwoners;
1995 20380 inwoners
In de eerste decennia van 1900 werd de verouderde handelskar opgeborgen, en de huisvlijt werd niet meer buitenshuis uitgedragen. Velen verkozen loongevende arbeid in de mijnindustrie en voor intrede in het stelsel van sociale wetgeving.

III Voorzieningen.
Water:
Voor de watervoorziening waren de bewoners aangewezen op bronnen en beken. Nadien door middel van een drietal waterputten:
– een waterput bij de kruising Kerkberg – Geitstraat;
– een waterput bij de school Heulsberg; ( achter de kerk );
– een waterput bij stenen trap naast de kerk/terrein pastorie.
Naar verluidt is ook nog een put geweest in de Koningsbeemd. Omstreeks 1900 werden waterpompen geplaatst. 1920-1924; alle buurtschappen worden aangesloten op het gemeentelijk leidingwaternet, een hele ommekeer, eerst water gratis, dan betalen, maar een zegen is het zeker geweest.
Elektriciteit:
In de raadsvergadering van 18-12-1912 werd besloten tot aanleg van een elektrisch net te Heerlerheide, vervolgens de buurtschappen Heksenberg, Nieuw Einde e.o.
Gezondheidszorg: Vóór 1800 geneeskundige zorg door “chirurgijnen en vroedmoeders” . Bewaarschool Heerlerheide
Omstreeks 1900 werden zieken verzorgd door de toenmalige kloosterzusters van de Gravenstraat.
In 1913 oprichting van het Groene Kruis.
Eerste arts: J. Evers (overleden 13-7-1925) gevestigd in het pand Ganzeweide 66 (afgebroken).
Onderwijs:
In 1840 werd door de onderwijzer les gegeven in zijn eigen woning (in een pand achter de kerk).

3

1921: Heerlerheide telt 527 leerplichtige leerlingen(!) en krijgen onderwijs in 4 volwaardige schoolgebouwen Gravenstraat en Heulstraat (L.O), een kleuterschool Heulsstraat en de Julianaschool ( L.O) Kampstraat. Alle gebouwen zijn afgebroken.
Huisvesting:
In 1913 werd de woningvereniging Heerlerheide opgericht. Vanaf dat moment werd sociale woningbouw structureel gepleegd.
Postbezorging:
In 1906 volgt aanwijzing van een hulppostkantoor met telefooncel in de Gravenstraat. In 1928 werd een postkantoor geopend in de Lokerstaat, nadien verplaatst naar Lokerstraat/Markt resp. veel jaren later in een nieuw pand aan de Wannerstraat. Anno 2008 is nauwelijks nog sprake van een aangekleed postagentschap. Sociale Zekerheid: Sociale wetten boden bescherming: Arbeidswet 1919 en de Ongevallenwet 1921.

IV Wetenswaardigheden.
In 1895 zijn 424 mijnwerkers werkzaam in de regio;
In 1915 zelfs 10.271:
In 1907 zijn 19 % van de mijnwerkers buitenlanders,
In 1917 zelfs 24 %.
Op 1-5-1918 rijdt de eerste stoomtram Heerlen – Ganzeweide – Sittard; Op 28-10- 1923. Electrische tram Ganzeweide .de elektrische tram t.m 1949. 1945 – 1975 optimaal vertier en maatschappelijk verkeer. In centrum Heerlerheide zijn 19 cafés binnen een straal van minder dan 1 km! Kerkelijk zangkoor St. Caecilia ( 1839 ) is de oudste vereniging van Heerlerheide (J. Hoen). Schutterij St Sebastianus : de oprichting van het schuttersgilde dateert van omstreeks 1850 en behoort in opvolging tot de oudste twee verenigingen van Heerlerheide.
In 1979 telde het Stadsdeel Heerlerheide:
9 sportverenigingen, 4 carnavalssociëteiten, 7 muziekgezelschappen incl. tamboercorpsen, 1 schutterij, 3 postduivenverenigingen, plus een aantal kegelclubs, zangkoren, handboogschietverenigingen, bejaardenverenigingen, buurtverenigingen, folkloristische gezelschappen, scoutinggroepen en dies meer.
Goed om te weten: Gezien vanaf het plateau Kerkberg naar eindpunt Ganzeweide-richting
Hoensbroek is er een hoogte verschil van ca 6 meter, te rekenen van Kampstraat – begraafplaats (staande) aanzienlijk meer.
In herinnering:
Destijds liep het hele dorp uit bij een bijzondere gebeurtenis. Het Limburgs Dagblad berichtte op 13-8-1928: “De vliegdemonstraties, zondagmiddag, aanvang 16.00 uur zijn met een drama geëindigd. Een van de drietal vliegtuigen was de Klemm – Daimler D 572. Dit vliegtuig heeft het vreselijk ongeluk aangericht. De piloot zou een demonstratie geven in het uitwerpen van postzakken. Tegen een heuvel waren banken en stoelen geplaatst, waartegen het vliegtuig opbotste na op geringe hoogte en vrij scherpe bocht, getracht had weer te landen. Het vliegtuig was eigendom van een Automobielhandelaar uit Bonn en was gebouwd in 1926. De organisatie was in handen van de Limburgse Luchtvaartvereniging die de terreingesteldheid op de Schelsberg – Bergerode had goedgekeurd. De aanvliegroute was gelegen nabij het voetbalveld van de v.v. Groene Ster.

4

Vijf doden en drie gewonden waren te betreuren, aldus een berichtgeving uit die tijd. En als we ze toch zien vliegen dan vermelden we een sportief gebeuren van een geheel andere orde. In zonnige zomerdagen trok men graag naar de Brunssummerheide nabij de Heksenberg. Aldaar was op een terrein, omstreeks jaren dertig, gevestigd een zweefvliegtuigclub die veel bekijks trok. Een welgestelde inwoner van Versiliënbosch – Nieuw Einde was eigenaar en piloot van het zweefvliegtoestel dat met een lange kabel door een op verre afstand staande lier werd voortgetrokken. Aangekomen op een bepaalde hoogte werd de kabel door het vliegtuigje afgeworpen en het toestel vond dan middels een toffe stuurmanskunst een eigen weg in bochten draaiend en voor zolang de weersgesteldheid dit toeliet. Het was een hele toer om weer veilig en zonder brokken te landen op een niet al te effen landingsplek. Aan dit bijzonder kijkspel kwam een einde door het dreigend oorlogsjaar 1940.

V. 1940 – 1945
Eind 1939 sloeg de wereld op tilt. In april 1940 had de mobilisatie al een negatieve invloed gehad op het verenigingsleven. Onheilspellend was de liquidatie van de voetbalvereniging Sportieve Ster Heerlerheide; de spelers van verschillende nationaliteiten wilden in verbandR.K.S.V. Groene Ster met de ontstane wereldoorlog niet meer in clubverband samenwerken. Tijdens de Duitse bezetting was het overgrote deel van de Heerlerheidse bevolking niet geïnteresseerd in de politiek. Het economisch verkeer werd geheel in dienst gesteld van de oorlogsvoering. Distributie en zwarthandel waren nieuwe verschijnselen.
Op 21-l l-1941 werd door de bezetter de Kultuurkamer opgericht naar voorbeeld van de Duitse
“Reichskultuurkammer”, die diende als overkoepelende organisatie voor kunst en cultuur Vereniging en organisatie dienden de aanwijzing van de Kamer op te volgen, op straffe van beroepsuitsluiting.
Diverse verengingen deden niet mee, hetgeen betekende dat b.v. de instrumenten van muziekverenigingen her en der op zolderkamers werden opgeborgen. Uit veiligheidsoverwegingen werden ledenlijsten en documenten eigenhandig vernietigd. Veel archiefstukken van verenigingen en instellingen zijn derhalve op deze wijze jammerlijk verloren gegaan! De laatste weken van de bezettingstijd waren dagen van opgejaagde stemming. Op maandag 18-9-1944 werd Heerlerheide bevrijd door Amerikaanse troepen. Menig huisgezin verschafte onderdak aan militairen. De decennia die volgden waren jaren van wederopbouw en Heerlerheide deed ijverig mee; maar ook jaren van afbraak toen de vertrouwde beelden van de mijngebouwen in 1974 verdwenen . De werkgelegenheid vroeg veel aandacht nu het beroep van mijnwerker in deze contreien niet meer beoefend kon worden Inmiddels zijn ook veel tradities omgevallen:
– de veldprocessies trekken niet meer rond;
– weidefeesten bestaan niet meer;
– de cramignon wordt niet meer gedanst;
– het Engelen des Heeren is verjaard;
– het vagevuur is gedoofd..

5

VI Zang – en – Dansgroepen:
Het moet gezegd zijn, het mag niet vergeten worden. In de mijnindustrie, maar ook door de gevolgen van oorlogshandelingen, werden veel arbeidsplaatsen ingevuld door arbeiders van verscheidene nationaliteiten. Vanwege oorspronkelijke aantallen en culturele inburgering mogen Polen en Slowenen met recht in de historiciteit worden genoemd.
1920 : Oprichting van de Poolse vereniging “Jednosc”. De vereniging had een overwegend kerkelijk doel. Vastgesteld is dat de Polen in de mijnstreek geslaagd zijn in hun opzet om cultuur en tradities te behouden. Zij bliezen mee in fanfares en harmonieën, voetbalden o.a. in v.v Polonia (clublokaal OudGenhei, voetbalveld RKSNE, Kampstraat, Heerlerheide). HH-Cafe Geistraat
1927: Oprichting gemengde zangvereniging “Wesoly Tulacz” Uit leden van de Poolse families is in 1957 “Syrena” voortgekomen, een in prachtige kledij gestoken folkloristische dans – en zanggroep, die bij optredens bewondering weten af te dwingen. Een eigen orkest zorgt voor meeslepende muziek door o.a accordeon, fluit, klarinet, en cello te bespelen. De dansparen brengen b.v de lyrische Kujawiak, een paardengalop medley en de feestelijke dans “Rzeszow”.
1929 – ZVON:
Evenals Polen hebben ook de Slowenen (voornamelijk Heerlerheide en Brunssum) hun tradities behouden en belangeloos een eigen inbreng gedaan in het plaatselijke gemeenschapsleven. Niet alleen vanwege de prachtige koorzang, die allerminst amateuristisch is, geniet de zanggroep ook bekendheid om haar materiële folklore. Een voorheen jaarlijks terugkerend evenement tot in de zestiger jaren was het zogenaamde wijndruiven bal met vrolijke muziek van de Regento Stars. Met alle respect voor ingezetenen van andere landsaard die bijdragen aan het welzijn van de gemeenschap.
VII. Media.
Een aantal opmerkelijke gebeurtenissen van uiteenlopende aard zijn in de komende jaren te vermelden.
• Rampenfonds:
Op 1-2-1953 viel ZW Nederland ten prooi aan een massaal watergeweld. Daartoe aangespoord reageerde Heerlerheide onmiddellijk. Op de zaterdagen 14 en 21 februari werden in de steenkolenmijnen twee uren
langer gewerkt ter leniging van de nationale noden, de Heerlerheidse verenigingen steunden financieel het in allerijl opgerichte rampenfonds.
• Ter herinnering:
Op 5-1-1956 kwamen de eerste beelden van het Televisie Journaal NTS in de huiskamers van Heerlerheide.
• Historisch detail:
Op 20-10-1981 schrijft de krant in kleine letters dat Heerlerheide de Wallstreet van Heerlen is.
Gevestigd zijn de bankgebouwen van Amro, Wannerplein 11, bankgebouw NMB Ganzeweide 58, bankgebouw St. Pancratius SNS Wannerstraat 26 De loketten van Rabo en PTT waren er al van vroegere data geopend. Wat een schril contrast met anno 2008!
VIII. Woonkernen
In opvolging van de reeds in eerste pagina genoemde opstallen behoren o.a. tot de oudste panden in Heerlerheide:

6

De pastorie aan de Kerkstraat, aanbesteding in 6-4-1852 , maar de woningen achter de parochiekerk zijn van iets oudere datum;
– Het vakwerkhuis aan de Rennemigerveldweg; Kampstraat Heerlerheide
– De oude boerderij hoek Schelsberg 169 getuige de aanwezige gevelsteen boven de voordeur “ inw – cib 1838”
– Van oude datum is ook de aanbouw achterzijde café pand Gravenstraat / Kampstraat. Ongetwijfeld zullen meerdere panden van oudere datum bekend zijn, het staat de aandachtige lezer vrij om hiervan melding te doen.

Door de jaren heen heeft de Woningvereniging Heerlerheide ( 1913 – 1998 ) een belangrijk aandeel gehad in de verdeling van bouwvolumes. De Woningvereniging realiseerde in de jaren 1914 – 1915 honderd woningen te Nieuw Einde en nog eens honderd woningen, genaamd “Op de Keek”. Ter vergelijking: de stichtingskosten ( grond -, bouw – en overige kosten ) bedroegen maximaal per woning fl. 2119,-! Deze twee woninggroepen zijn in het begin van de zeventiger jaren afgebroken Anno 2008: de oudste woninggroep van de Vereniging dateert uit 1942, dit zijn de eengezinswoningen aan de Kampstraat (evenwijdig aan de begraafplaats).
In 1990 is het woningbezit van de toenmalige Woningvereniging gelegen in de volgende woonwijken:
– Nieuw Einde :
Wannerstraat Heerlerheide526 woningen;
– Rennemig ON III: 342 woningen;
– de Wieër:
558 woningen en 1 dienstencentrum;
– Heerlerheide – kom: 498 woningen en 11 winkels;
Inmiddels hebben veel mutaties in het woningbestand plaatsgevonden. Een van de laatste bouwprojecten van de WS Heerlerheide – inmiddels omgezet in een Stichtingsvorm – betreffen:
– Residentie Hooghendael, Gravenstraat, in 1996 gereed gekomen voor bewoning;
– Aankoop en sloop van een aantal voormalige winkelpanden en privé woningen aan de
Ganzeweide en Wannerstraat Op de vrijgekomen locatie zijn koop – en huurappartementen plus winkelpanden
gerealiseerd. Per 1 januari 1999 komt een juridische fusie tot stand tussen de WS Heerlerheide en
WS Heerlerbaan. Samen gaat men verder als Wonen Parkstad, in een later stadium als WS Weller.

IX. Heerlerheide, het geografisch centrum van Heerlen? 2 November 1979: aanvang werkzaamheden voor aanleg van een nieuw marktterrein dat de naam Corneliusplein krijgt. Gelijktijdig wordt begonnen met de bouw van aanliggende woningen en winkels. Een tweetal jaren later is men druk doende met de bouw van een nieuw Corneliushuis op de hoek Kerkstraat – Kapelaan Ramakersstraat. De geschiedenis herhaalt zich………. Op 1 september 1999 start een omvangrijke renovatie in het directe centrum van Heerlerheide.
WS Weller en de Gemeente Heerlen hebben nadien – zonder details te noemen – talrijke investeringen gedaan die o.a. geresulteerd hebben in:
• 29-08-2008 openstelling Cultuurcluster “Gen Coel” met een nieuw Corneliushuis;
• 01-10-2008 opening project Mijnwatercentrale ondergebracht in de Cultuurcluster.

7

Nieuwe woon – en winkelprojecten blijven in ontwikkeling.
De schitterende architectuur van de Cultuurcluster zal de blikvanger van het nieuwe Centrum van Heerlerheide worden, een nieuw stukje herkenbaarheid voor Heerlerheide. Dankzij de opvallende architectuur wordt het monumentale Corneliusplein dé plek waar het allemaal gebeurt op het gebied van feesten, markten en evenementen” zo heeft WS Weller beloofd.

X Stadsdeel.
In de loop van de jaren is de omschrijving “Stadsdeel” ontstaan doordat de aangrenzende woonwijken, met hun eigen identiteit, door het Gemeentebestuur Heerlen tot delen van de stad zijn samengevoegd. Op grond van bovenstaande benaming “Stadsdeel” worden afzonderlijke korte beschrijvingen toegevoegd m.b.t het ontstaan van en de ontwikkelingen in de:
Woonwijk Nieuw Einde – Woonwijk Heksenberg – Woonwijk Vrank Beersdal –
Woonwijk Passart de Wieër.

HH-Anjelierstraat

Anjelierstraat

HH-Anjelierstraat2

Anjelierstraat

HH-Bokstraat2

Bokstraat

HH-Bokstraat3

Bokstraat

HH-Einde-Kampstraat

Einde Kampstraat

HH-Heksenberg

Heksenberg

HH-Heulstraat

Hoek Wannerstraat – Heulstraat

HH-Kruispunt

Kruispunt

HH-Kruispunt2

Kruispunt Gravenstraat

HH-Navolaan

Navolaan

HH-Pappersjans

Einde Pappersjans

HH-Rennemigstraat

Rennemigstraat

Bronvermelding:
Rijckheyt Heerlen / Heerlerheide, een dorp vol herinneringen.
Heemkundevereniging Heerlerheide, november 2008.

 

Opt In Image

Laatste updates ontvangen? Schrijf u Gratis in:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*